Een toren van Doornikse steen
Het oudste en best bewaarde deel van de kerk is de gotische vierkante kruisingstoren uit de 13de eeuw, opgetrokken in Doornikse kalksteen.
De kerk is een hallenkerk: de drie beuken zijn even hoog en even breed, en tellen samen zes traveeën. Ze is toegewijd aan Martinus van Tours, de heilige die zijn mantel deelde met een bedelaar.
Verbouwd door de eeuwen heen
In 1753 voerde het kapittel van Doornik, dat de kerk bezat, grote herstellingen uit; daaruit stamt de noordelijke zijmuur in rode baksteen. De nieuwe westgevel en de verlenging van de kerk dateren van 1850, naar plannen van architect L. Roelandt.
Na schade in de Eerste Wereldoorlog leidde architect Valentin Vaerwyck de heropbouw. Binnen valt de naturalistische preekstoel van Petrus Josephus De Cuyper uit 1868 op. De kerk is beschermd erfgoed.
Kijk omhoog naar de kruisingstoren: de donkere Doornikse kalksteen verraadt dat dit het 13de-eeuwse hart van de kerk is.
Veelgestelde vragen
Aan wie is de kerk toegewijd?
Aan Martinus van Tours, bekend van de legende waarin hij zijn mantel met een bedelaar deelde.
Wat is het oudste deel van de kerk?
De gotische kruisingstoren uit de 13de eeuw, gebouwd in Doornikse kalksteen.
Wat is een hallenkerk?
Een kerk waarvan de drie beuken even hoog en even breed zijn, zonder hoger middenschip. Dat geeft een brede, lichte ruimte.
