Gebouwd op drooggelegd land
De bouw startte in 1501, nadat de Sint-Christoffelpolder was drooggelegd na de overstromingen van de 14de en 15de eeuw. De werken stonden onder leiding van Hieronymus Lauweryn, wiens grafsteen nog in de kooromgang ligt.
Een tweede bouwfase begon in 1525. De neogotische toren kwam er pas in 1891–1893. In 1944 raakten de toren en de doopkapel zwaar beschadigd; tegen 1952 waren ze hersteld.
Een interieur als een schatkamer
De kerk dankt haar bijnaam aan haar rijke inboedel. Het barokke marmeren hoofdaltaar is van Lucas Faydherbe (1652–1655). Boven het tabernakel hangt een Hemelvaart van Maria, geschilderd door Gaspar de Crayer.
Het pronkstuk is de 'Nood Gods', een bewening door de Meester van Frankfurt, opgenomen in de lijst Vlaamse Meesterwerken in situ. Ook het orgel uit 1643 van Boudewijn Ledou bleef bewaard. Wie binnenstapt, voelt meteen waarom een dorpskerk zoveel bezoekers trekt.
Tijdlijn
Vraag in de kerk naar de 'Nood Gods' van de Meester van Frankfurt: het is een van de Vlaamse Meesterwerken die op de oorspronkelijke plek bewaard bleef.
Veelgestelde vragen
Waarom heet de kerk 'kathedraal van het noorden'?
Door haar uitzonderlijke omvang en bijzonder rijke interieur voor een dorpskerk. De kerk werd gesticht na de drooglegging van de Sint-Christoffelpolder.
Wie liet de kerk bouwen?
De bouw startte in 1501 onder leiding van Hieronymus Lauweryn. Zijn grafsteen ligt nog altijd in de kooromgang.
Welke kunstwerken zijn er te zien?
Onder meer een marmeren hoofdaltaar van Lucas Faydherbe, een schilderij van Gaspar de Crayer, de 'Nood Gods' van de Meester van Frankfurt en een orgel uit 1643.